Aan het lezen
Altijd een kaaskop

Altijd een kaaskop

Boos liep hij het politiebureau uit. Hij had geen zin meer in de altijd maar terugkerende discussie. Een gebed zonder eind over hoe het zover had kunnen komen. Over wiens schuld het was, en wie het wel of niet had zien aankomen en waarom. Mosterd na de maaltijd vond hij. Ze moesten nu vooruit kijken.

Geschreven door Paul Kreemers tijdens de Shuffle Schrijfmarathon 2019

Alle beschikbare tijd en energie moest nu gestoken worden in praktische zaken. Eten, onderdak, medicijnen, bescherming. De vragen die door zijn hoofd spookten gingen, vrij letterlijk, over overleven. Zeker nu hij sinds kort elke seconde van de dag geconfronteerd werd met het meest wonderlijke en angstaanjagende idee uit zijn leven. Het was alsof hij in de afgelopen 48 uur op cellulair niveau was afgebroken en daarna weer in elkaar was gezet. En bij dat proces van wederopbouw was er iets in zijn fundering gestopt. Iets dat nu tot in elke vezel van zijn bestaan doordrong. Vaderschap. Waarom gebeurde dit nu? Waarom, terwijl hij het hiervoor zo lang had verwelkomd, moest het uitgerekend nu gebeuren? Het was gekkenwerk. Zijn zus riep al jaren dat het totaal onverantwoord was om kinderen te krijgen. Hoewel hij altijd had gesnapt waarom ze dat vond, kwam dat besef nu binnen met zo’n kracht dat hij zijn best moest doen om niet in paniek te raken.

Een stukje lopen hielp vaak wel als hij even overweldigd werd. Op dat soort momenten van reddeloosheid was hij toch het liefst alleen. Kwetsbaarheid tonen is goed, maar het delen van dit gevoel had meer nadelige gevolgen voor rest, dan dat het hem voordeel zou opleveren. Op deze pragmatische, sterk rationele benadering van keuzes was hij trots. Die kwam van zijn vader. En bij het denken aan zijn eigen vader was de cirkel weer rond en spoelde er een nieuwe golf van angst en verdriet over hem heen. Maar de redenering was onweerlegbaar. Het moraal van de mensen om hem heen kon niet veel klappen meer verduren, zeker nu ze zo op elkaar waren aangewezen. Dus dan was de koers nu, om er in z’n eentje mee te dealen. Even lopen, huilen en schreeuwen door de verlaten binnenstad. Maar daarna tot rust komen, terugveren, en weer door.

Het was vroeg in de ochtend, zijn favoriete moment van de dag. Het was al licht, maar nog koel. Op dit tijdstip leken de uitgestorven straten niet veel anders dan jaren eerder. Over een paar uur zou het te heet worden om lang buiten te zijn, maar dat was nu nergens aan te merken. De straten waren relatief schoon. Er werd weliswaar geen vuilnis meer opgehaald, maar er waren ook nauwelijks mensen over om afval te produceren. De overgebleven rommel werd steevast door de harde wind weggeblazen, waardoor het zich in de luwte in hoeken van gebouwen en steegjes ophoopte. Om de Grote Sint Laurens kerk was zo een krans van afval ontstaan. Winkelramen waren stuk, dichtgetimmerd en soms dichtgelast en ook alle deuren vielen in één van die categorieën. Graffiti en posters markeerden plekken die door een groep of instantie waren opgeëist, doorzocht of te gevaarlijk verklaard. Het rook er lichtelijk naar verschroeid plastic, vanwege een brand die al enkele dagen woedde, ergens in Overstad. Er was geen geluid. Er waren geen mensen, auto’s of treinen. Vogels kwamen niet meer in de binnenstad omdat er geen voedsel meer viel te pikken van winkelend publiek, en de weinige bomen die nog stonden waren verdord. Hij miste muziek. Soms werd er wel gezongen en dat was heel fijn, maar hij wilde gewoon een koptelefoon en Spotify. Maar er was al maanden geen elektriciteit meer, en de kostbare energie op de paar haastig verzamelde powerbanks was te schaars om te spenderen aan iets triviaals als muziek luisteren. Ze hadden in veel gevallen aan het kortste eind getrokken tijdens de plunderingen. Groepen met meer mankracht en minder morele bezwaren dan zij hadden de stad zo goed als kaal geplukt. Maar het loonde altijd om je ogen open te houden voor verborgen of vergeten buit.

Wat ze in materialen te kort kwamen, werd echter goedgemaakt door het gezelschap en hun onderdak. Het politiebureau was al lang geen politiebureau meer, en ook het restaurant wat er daarna in had gezeten was jaren eerder gestopt. Maar de deur en muren waren dik en sterk en de ramen smal en makkelijk te barricaderen. Het was er zelfs overdag relatief koel, en door de zakgoten in het dak, en de daken van de gebouwen eromheen, was er genoeg water. Iets wat de groep zorgvuldig geheim hield. Bovendien waren zij, in tegenstelling tot de meeste groepen met wie ze in contact waren gekomen sinds de overheid zich uit het gebied had teruggetrokken, als groep nog intact. Geen verliezen, of schisma’s. Hij was nog samen met de mensen van wie hij het meest hield. Samen met de mensen met wie hij ook was geweest als de wereld niet aan het vergaan zou zijn. Die gedachte bracht hem rust. Liefde was voor hem altijd het belangrijkst geweest, ook voor alles instortte. En ondanks alles dat ze hadden doorgemaakt en alles wat ze waren kwijtgeraakt, leek de hoeveelheid liefde juist gegroeid.

Hij was weer op de terugweg toen hij iets hoorde ritselen. In de verlaten winkel zag hij twee honden snuffelen en graven door een berg oude blikken. Zo’n signaal hoorde je serieus te nemen. Hij joeg de honden met een stok de winkel uit, en begon te zoeken. Niet veel later vond hij iets waarvan hij hardop moest lachen van blijdschap. In een decoratief houten doosje met het wapen van Alkmaar erop en een plastic deksel zat een stuk van ruim een kilo, extra belegen kaas. Als een verborgen schat in een verlaten grot in een computerspel. Hier kon hij mee thuiskomen.

Bekijk ook: De helden van de marathon

View Comments (0)

Laat een reactie achter

© 2021 Shuffle Alkmaar. Alle rechten voorbehouden.
Website door: Assured Online