Aan het lezen
De grote kerk

De grote kerk

Mijn lieve moeder hapt, als een jong vogeltje zo gretig, naar de lepel met thee. De laatste slokjes voordat zij de reis zal aanvaarden. Haar tanden liggen keurig klaar in het bakje met water in de badkamer. Haar koffertje is gepakt.

Geschreven door Bernadette Tijssens tijdens de Shuffle Schrijfmarathon 2019

‘Ah, dag engel’: zegt ze en kijkt naar boven. Ze ziet meer dan wij. Wij dobberen in de ijle lucht van de kamer. We wachten. Ademen stilletjes mee. Soms schrikken we van een ijselijke gil maar vaker genieten we van de lieve glimlachjes die ze ons geeft.

Het is kerstnacht. Insteken, doorhalen af laten glijden. De trui vordert. Nog een laatste mouw en het werkstuk is klaar. Breien vertraagt de onrust. Hoe laat dan? De vertrektijd wordt opnieuw bijgesteld. Ze slaapt. Ik kus haar poederwitte wang. Haar mondhoeken trekken eventjes omhoog.

Het is mistig buiten. Koud. De straatlantaarns op de koorstraat lijken grote kaarsen. In de grijzige waterdamp flikkeren de lampen als vlammen. Gevallen sterren bijna, rustend op stevige ankers. Uit de kerk klinkt het geluid van kerstliedjes. Ik rijd voorbij. Ik keer om.

‘De nachtmis, lang opblijven, wanten aan, sjaal om, je winterjas. De hunkering naar het mysterie. Mijn kleine hand in die van mijn vader. Mijn moeder, armpje door. Mijn broers wel en niet. Mijn zus thuis. Geloof is voor de ongelovigen. De tafel. Negen borden. Roomboter. Krentenbrood. Kadetjes. Ham en rosbief. Waxinelichtjes. Het tingelengeltje draait haar rondjes op de verwarmde lucht. Binnenin de oude Dominicuskerk op de laat beroert het luide meezingen, van mijn vader, mij. Kan het Gregoriaans niet verstaan. Hij wel. Hij verstaat de herinnering, Hij herkent en zingt mee uit volle borst. Mijn billen voelen stijf van de harde bank. De wierookdampen van de mirre kriebelen mijn keel. Een kingpepermuntje komt mijn kant op. Mijn moeder zorgt. De nachtmis. Lang stilzitten. Delen.’

De zware houten kerkpoort aan het koorplein staat open. Een uitnodiging. Mijn fiets vindt een plekje tegen een van de oude bomen. Mijn wanten in de fietstas bij het breiwerk. Ik ga naar binnen. Zoek troost voor de reis die wij straks gaan maken. Thuis geen zus die wacht met echte boter op het geborduurde kerstkleed, geen nachtontbijt die het grote gezin geschiedenis geeft. De stenen bank rond de kerkpilaar is koud. De teksten van de liedjes bekend maar niet verwarmend. Ik vlucht. Vijf minuten zijn lang genoeg om te weten dat troost soms in de mist verscholen blijft. Ik pak mijn fiets en reis verder naar huis. Eerst kan ik nog de trui afbreien en dan is het misschien zover.

Mijn tas blijkt leeg. Op Kerstnacht voor de Grote kerk leeggehaald. De trui komt nooit meer af. Mijn moeder sterft 10 dagen later. Engelentroost.

Bekijk ook: De helden van de marathon

View Comment (1)

Laat een reactie achter

© 2021 Shuffle Alkmaar. Alle rechten voorbehouden.
Website door: Assured Online